In Nederland worden al tientallen jaren stoffen in de ondergrond opgeslagen. Hierbij gaat het om acht locaties voor de opslag van aardgas, stikstof en gasolie. Een deel van de stoffen wordt opgeslagen in gasreservoirs. Een ander deel van de stoffen wordt opgeslagen in speciaal hiervoor geschikt gemaakte zoutcavernes. Opslag vanaf 100 meter diepte valt onder de Mijnbouwwet en daarmee onder het toezicht van het SodM. De bovengrondse installaties vallen meestal ook onder het toezicht van SodM.

De ondergrondse gasolieopslag is een strategische voorraad die wordt aangehouden in opdracht van de Nederlandse Staat. Deze opslag vindt plaats in zoutcavernes. De aardgasopslagen en de bijbehorende procesinstallaties zijn speciaal geschikt gemaakt om grote gasvolumes te kunnen leveren. Dit is nodig wanneer de vraag uit de markt groot is, bijvoorbeeld in koude periodes in de winter.

De stikstofopslag bij de stikstoffabriek van Heiligerlee valt niet onder het toezicht van de SodM, maar onder die van de Omgevingsdienst Groningen. De Heiligerlee stikstoffabriek helpt om geïmporteerd aardgas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens door stikstof aan het gas toe te voegen. Gas dat uit het buitenland komt heeft een andere samenstelling dan het typische Nederlandse (Groningen) gas waar een groot deel van de gasapparatuur (gasfornuizen, cv-ketels etc.) op berekend is. De opslag van stikstof vindt plaats in een zoutcaverne.

Relevante ontwikkelingen

Door de energietransitie krijgt ondergrondse opslag van CO2 (Carbon Capture and Storage – CCS) een nieuwe impuls. De nationale doelstellingen om uitstoot van CO2 in 2030 met 49% en 2050 met 95% te reduceren, zullen de vraag naar meer en/of nieuwe soorten ondergrondse opslag (mogelijk sterk) doen toenemen. Het streven is om, waar geen alternatief voorhanden is, CO2 af te vangen in de industrie en te injecteren in lege gasvelden onder zee. Het Ontwerp Klimaatakkoord voorziet een CO2-emissiereductie van 7 miljoen ton per jaar in 2030 via CCS. In 2019 kan SodM mogelijk gevraagd worden te adviseren over het onderzoek naar Porthos CO2 opslag van het Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN.

De hoeveelheid energie uit wind en zon hangt af van de weersomstandigheden. Daarom is het nodig een energiebron te hebben die flexibel inzetbaar is en de balans in het aanbod van energie kan herstellen. Nieuwe vormen van opslag kunnen hiervoor worden ingezet. Denk aan de opslag van waterstof en perslucht in zoutcavernes en de opslag van warmte in de vorm van heet warm water (Hoge Temperatuur Opslag of HTO).

Toezichtthema’s

De volgende toezichtthema’s staan in 2019 centraal:

Geologie

Bij gasopslag en voor de inschatting van de risico’s zijn de wisselingen in gasdruk van belang. Deze wisseling komt omdat er de ene keer gas wordt geïnjecteerd en de andere keer gas wordt geproduceerd. Bij de productie van gas kan door afname in gasdruk een kleine bodemdaling optreden. Deze daling is voor een deel omkeerbaar. Wanneer gas wordt opgeslagen zal de bodem weer stijgen. Bij opslag in zoutcavernes is de bodemdaling onomkeerbaar. De uiteindelijke bodemdaling hangt af van de wijze waarop het gasreservoir of de zoutcaverne wordt achtergelaten na beëindiging van de opslag.

Bodemtrillingen kunnen optreden bij gasopslag in gasreservoirs. Hiervoor is een nauwkeurig meetnetwerk aanwezig om bevingen te meten. Het meten van bevingen is van belang om te kunnen bepalen hoeveel druk het reservoir aankan.

Als derde aandachtspunt is het van belang dat de opgeslagen stoffen niet kunnen ontsnappen uit de opslagreservoirs of zoutcavernes.

Procesveiligheid

De ondergrondse opslagen vallen onder de verplichtingen van het Besluit Risico’s Zware ongevallen (Brzo, 2015). De mijnbouwondernemingen zijn van hieruit verplicht een veiligheidsrapport op te stellen. In dit rapport staat een beschrijving van de gevaren, de grootste risico’s en de aanwezige preventieve en repressieve maatregelen om een ongewenste gebeurtenis te voorkomen. De meeste risico’s komen overeen met die risico’s die zich voordoen bij gas- en oliewinning. Met name het onbedoeld vrijkomen van brandbaar/explosief gas en vloeistoffen en de integriteit van de putten zijn hierin belangrijke elementen.

In het kader van het Brzo toezicht is de veroudering (ageing) van de installaties, met name geïsoleerde leidingen en blusleidingen, voor 2017 en 2018 als landelijk thema gehanteerd. Voor 2019 is geen landelijk thema benoemd.

Geplande onderzoeken

Eind 2017 startte een KEM onderzoeksproject om te evalueren welke ondergrondse factoren van belang zijn bij het beheersen van het risico op aardbevingen. Bekende factoren werden opnieuw bekeken en naar nieuwe factoren werd gezocht die kunnen helpen om informatie uit het meten van de opslagreservoirs nog beter te begrijpen. Deze studie helpt bij het formuleren van meer generieke beoordelingscriteria van onder andere een veilige begrenzing op de druk in het reservoir en wat de snelheden zijn waarmee je stoffen kunt injecteren en produceren met een minimum kans op bevingen.

De eerste fase van dit KEM project is in 2018 afgerond. De resultaten van een aantal vervolgmetingen worden begin 2019 verwacht. De resultaten uit de KEM studie vormen de basis voor een intern toezichtskader dat SodM in 2019 toevoegt aan de overkoepelende leidraad voor inschatting van het risico op aardbevingen.

In 2019 voert SodM een project “Ontwikkeling Toezichtkader Ondergrondse Opslag” uit. Doel is om te komen tot een toezichtskader dat rekening houdt met de verwachte nieuwe ontwikkelingen volgens uit de energietransitie. In eerste instantie ligt de nadruk op de gevolgen voor het toezicht op de ondergrondse opslag van CO2.

Inspectieagenda

SodM stelt voor het Brzo-toezicht samen met medetoezichthouders (Waterschap en Veiligheidsregio) een meerjarig inspectieplan (MIP) op voor iedere ondergrondse gasopslag. Dit MIP is vastgelegd in de gemeenschappelijke inspectieruimte (GIR). Het doel van het MIP is dat het functioneren van het gehele managementsysteem in een periode van vijf jaar getoetst wordt. Verder zijn thema-inspecties voor deze periode opgenomen. De ondergrondse gas- en gasolieopslagen worden jaarlijks op basis van het MIP gezamenlijk door verschillende inspectiediensten geïnspecteerd.

De deelnemende inspectiediensten stellen één gezamenlijk inspectierapport op. Landelijk is afgesproken dat de samenvattingen op de website van Brzo+ (www.brzoplus.nl) openbaar worden gemaakt. Daarnaast publiceert SodM de samenvattingen van inspectierapporten, waaraan zij meewerkte, op haar eigen website.

Ieder vijf jaar dienen de veiligheidsrapporten geactualiseerd en ingediend te worden bij het bevoegd gezag. De verschillende toezichthouders toetsen de veiligheidsrapporten op volledigheid.