Gemeenten in heel Nederland worden als gevolg van de aardbevingen in Groningen steeds kritischer over de winning van olie en gas In februari 2018 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in de Tweede Kamer aangegeven dat voor het boren naar schaliegas definitief geen vergunningen meer worden verstrekt. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zag er in 2018 op toe dat winningsactiviteiten verantwoord en veilig gebeurden. SodM ging daarbij telkens uit van laatste stand der techniek, wat bijvoorbeeld leidde tot het wijzigen van winningsplannen of instemmingsbesluiten, en het daadwerkelijk meten van methaanemissies.

Winningsplannen

In een winningsplan leggen mijnbouwondernemingen onder andere vast welke risico’s voor mens en milieu hun voorgenomen activiteiten hebben en hoe zij die risico’s gaan beheersen. EZK moet instemmen met het winningsplan en doet dit met behulp van meerdere adviseurs, waaronder SodM. In 2018 heeft SodM in totaal 25 adviezen uitgebracht op nieuwe en geactualiseerde plannen voor winning van olie en gas op land. De behandeltijd van een advies is zes weken. Soms heeft SodM voor een advies meer tijd nodig, bijvoorbeeld vanwege de complexiteit van de casus of wanneer er extra informatie nodig is van de operator om het plan goed te kunnen beoordelen.

Tijdens door het ministerie van EZK georganiseerde informatieavonden heeft SodM de adviezen op de behandelde winningsplannen toegelicht en vragen van omwonenden beantwoord.

Informatieavonden winningsplannen in 2018

Winningsplan

Locatie van informatieavond

Pieterzijl Oost

Pieterzijl

Opeinde, Middelburen

Drachten

Waalwijk-Noord, Sprang

Waalwijk

Loon op Zand

Loon op Zand

Slootdorp

Hollands Kroon

Gaag-Monster

Naaldwijk

Bergen-2

Bergen

Hardenberg

Hardenberg

Spijkenisse-Intra

Spijkenisse

Oudeland

Strijen

In een winningsplan leggen mijnbouwondernemingen onder andere vast welke risico’s voor mens en milieu hun voorgenomen activiteiten hebben en hoe zij die risico’s gaan beheersen. SodM controleert of ondernemingen zich houden aan het winningsplan waarmee de minister heeft ingestemd en aan de voorschriften die de minister aan de instemming heeft verbonden. Doen ze dat niet, dan grijpt SodM in.

Maasdijk en Monster: niet meer gas winnen dan is afgesproken

In februari 2018 legde SodM een last onder dwangsom op om de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) te dwingen de gaswinning in Maasdijk en Monster te staken. De NAM heeft de winning vervolgens stilgelegd. De reden was dat de NAM meer gas produceerde dan naar het oordeel van SodM onder het toen geldende winningsplan was toegestaan. In juni heeft de minister van EZK per brief het instemmingsbesluit verhelderd en heeft SodM de last onder dwangsom voor Monster ingetrokken.

De NAM verzocht om ook weer gas te mogen winnen in Maasdijk. De SodM heeft dat verzoek in september afgewezen, omdat de NAM daar meer zou winnen dan in het winningsplan afgesproken. De minister van EZK liet in een ontwerpbesluit weten te willen instemmen met een vernieuwd winningsplan met een hogere productie. Maar SodM is van mening dat de NAM moet wachten met het hervatten van de winning uit het gasveld Maasdijk, totdat dit een definitief besluit is.

Milieudefensie wil dat SodM handhaaft in Wapse

Volgens Milieudefensie had Vermilion in 2017 een voorschrift uit het instemmingsbesluit op het Winningsplan Diever overtreden. Vermilion zou niet tijdig inzichtelijk hebben gemaakt hoe het de onzekerheidsmarge voor de bodemdalingsprognose had bepaald. Daarom diende Milieudefensie in 2018 een handhavingsverzoek in bij SodM. Vermilion had de informatie wel al in een eerder stadium bij SodM aangeleverd. Er was daarom geen sprake van een overtreding. SodM heeft het handhavingsverzoek 22 maart 2018 afgewezen.

Toezicht op bodemdaling en bevingen

SodM monitort ook of de bodemdaling die door de olie- en gaswinning veroorzaakt wordt, binnen de marges van de vergunning blijft. Hiervoor moeten de mijnbouwondernemingen elk jaar een meetplan indienen, dat SodM vervolgens beoordeelt. SodM houdt toezicht op de goede uitvoering van de meetplannen. De meetresultaten worden gepubliceerd op NLOG. Tevens houdt SodM de ontwikkelingen in seismiciteit in de gaten, om zeker te stellen dat deze zich niet anders ontwikkelt dan in het winningsplan is voorspeld. In 2018 liet deze monitoring 6 aardbevingen zien in 4, mogelijk 5, gasvelden buiten het Groningen-veld.

Aardbevingen buiten het Groninger-gasveld

Datum

Locatie

Gasveld

Magnitude

7-4-2018

Lauwerzijl

Lauwerzijl / Saaksum-West*

1,7

7-4-2018

Kommerzijl

Lauwerzijl / Saaksum-West*

1,0

4-6-2018

Warder

Middelie

2,5

17-7-2018

Dalen

Dalen

2,0

29-7-2018

Veendam

Annerveen

0,8

16-11-2018

Borgercompagnie

Annerveen

1,2

(bron: KNMI)

* Niet duidelijk is of de bevingen van 7 april bij Kommerzijl en Lauwerzijl aan het Lauwerzijl gasveld of aan het aangrenzende Saaksum-West gasveld kunnen worden toegeschreven.

Omgevings- en mijnbouwmilieuvergunningen

SodM adviseert de minister van EZK ook over de omgevingsvergunning van een mijnbouwlocatie. Een omgevingsvergunning stelt onder andere eisen aan geluid, veiligheid en emissies in de lucht. In 2018 heeft SodM 27 adviezen verstrekt over omgevingsvergunningen voor mijnbouwlocaties op land. SodM toetst bij de advisering of de best beschikbare technieken worden toegepast. Ook controleert SodM of ondernemingen zich houden aan de eisen uit de vergunning.

In 2018 heeft SodM 10 maal voorafgaande aan een boring aan de minister van EZK geadviseerd of het opstellen van een volledige Milieu Effect Rapportage (MER) noodzakelijk was. Over het toepassen van maatwerkvoorschriften voor glycolfornuizen op mijnbouwlocaties zijn in 2018 9 adviezen uitgebracht. De adviezen waren noodzakelijk omdat de nieuwe regels voor NOx-emissies voor glycolfornuizen per 1 januari 2019 van kracht zijn.

De NAM vernieuwt het waterinjectiebeheersplan voor Twente

De omgevingsvergunningen voor de NAM in de Twente-velden staan ook injectie toe van productiewater uit het Schoonebeek veld. Onderdeel van de vergunningen is een beheersplan met de activiteiten en maatregelen die de NAM neemt om waterinjectie veilig en verantwoord te laten plaatsvinden. In het najaar van 2018 heeft de NAM een geactualiseerd waterinjectiebeheersplan ingediend. SodM had de NAM hierom verzocht. De NAM heeft in het geactualiseerde plan risico’s en beheersmaatregelen verwerkt, die met eerdere studies in kaart waren gebracht.

Integrale inspecties

In 2018 heeft SodM 79 integrale inspecties uitgevoerd. Inspecteurs hebben daarbij allerlei eisen waaraan de onderneming zich moet houden gecontroleerd, zoals regels rond arbeidsomstandigheden, milieuwetgeving en de voorschriften van de omgevingsvergunning.

Hierbij heeft SodM slechts 4 tekortkomingen vastgesteld:

  • niet toepassen van explosieveilig elektrisch materieel in een zone met explosiegevaar (1x);
  • niet kunnen aantonen van doelmatig onderhoud van veiligheidsapparatuur (1x);
  • onbekendheid van personeel met belangrijke procedures en instructies voor het opereren en aanpassen van installaties (2x).

De betreffende mijnbouwondernemingen hebben de tekortkomingen binnen de gestelde termijnen hersteld.

Slechts 4 tekortkomingen bij 79 inspecties

Ongevallen en voorvallen

In 2018 zijn zes ongevallen gemeld bij SodM. De meldingen betroffen voor het merendeel (lichte) verwondingen aan vingers en voeten. SodM heeft in 2018 19 meldingen ontvangen van voorvallen. Veel van deze meldingen, circa 70 procent, betroffen lekkages van koolwaterstoffen binnen de inrichting. De lekkages zijn door de ondernemingen onderzocht en verholpen.

Onderzoeken van SodM naar deze ongevallen en voorvallen, hebben vooralsnog niet geleid tot bestuursrechtelijke of strafrechtelijke handhaving. Eind 2018 was een enkel onderzoek nog gaande.

Afdichten van oude gasput in Monster

In 1991 is een gasput van de NAM uit 1982 in Monster, gemeente Westland, afgedicht. In 2017 lieten metingen een geringe lekkage van de put zien. De NAM heeft de wettelijke plicht om ervoor te zorgen dat de ondergrond weer in de oorspronkelijke staat komt. Van essentieel belang daarbij is om de put volgens de laatste stand der techniek af te dichten.

De put bevindt zich op een afstand van 30 meter van woningen. In 2018 ondervonden de omwonenden tijdens de werkzaamheden om de put opnieuw af te dichten, overlast in de vorm van stank, trillingen en geluid. Deze overlast was afkomstig van de mobiele boorinstallatie. Dit gebeurde ondanks de extra maatregelen die de NAM had genomen om dat te voorkomen.

SodM heeft intensief toezicht gehouden op de NAM en veelvuldig gecommuniceerd met omwonenden om de klachten te kunnen duiden. Bij de installatie zelf, in de omgeving en in woningen zijn waarnemingen gedaan om een relatie te kunnen leggen tussen de werkzaamheden en de gevolgen voor de omgeving. De gemeente Westland, de NAM, SodM en omwonenden hebben onderling overlegd.

Om de overlast naar de omgeving beheersbaar te maken heeft SodM een speciaal meet- en regelprotocol aan de NAM opgelegd. Met dit protocol worden overlast gevende zaken gemeten en wordt het proces daar steeds op aangepast. Het protocol heeft ertoe geleid dat de overlast tijdens de werkzaamheden tot een minimum is beperkt.

Rapport inzake Grote Gevaren (RiGG)

Boorondernemingen die actief zijn op land, moeten om in Nederland aan de slag te kunnen gaan, evenals de boorondernemingen in de offshore industrie, een volledig RiGG bij SodM indienen. Reden hiervoor is dat vanwege de aanwezigheid van eventuele omwonenden of kwetsbare objecten, de risico’s vergelijkbaar zijn met installaties op zee en de effecten mogelijk zelfs groter zijn.

Uit de eerste beoordelingen van de RIGG’s blijkt dat deze ondernemingen nog weinig ervaring hebben met een aantal nieuwe wettelijke verplichtingen, zoals het invoeren van onafhankelijke verificatie voor hun boorinstallaties. Omdat dit een nieuwe verplichting is, was de invulling daarvan voor deze groep een lastig proces. Niettemin heeft SodM in 2018 instemmingen afgegeven voor 2 ingediende RiGG’s voor boorinstallaties op het land.

Over de in totaal 316 productie-installaties op land hebben de 7 ondernemingen 145 RiGG’s ingediend. In de tweede helft van 2018 is SodM gestart met de beoordeling van deze rapporten, wat nog doorloopt tot het met het tweede kwartaal van 2019.

Op weg naar een uniformer bepalingsmethode methaanemissies

Meten en berekenen van methaanemissies bij olie- en gaswinning

Tot op heden gebruikten de meeste Europese lidstaten, waaronder ook Nederland, een bepaalde rekenmethodiek om emissies van methaan te bepalen. Dat leidt steeds vaker tot discussie over de betrouwbaarheid en de nauwkeurigheid van de door de olie- en gaswinningssector gerapporteerde getallen. Binnen de Nederlandse olie- en gaswinningssector is in 2018 gewerkt aan een uniforme bepalingsmethode voor methaanemissies, zodat alle bedrijven in de sector de methaanemissies op een gelijke manier bepalen of berekenen.

In 2018 deed Energie Onderzoekcentrum Nederland (ECN) in opdracht van SodM een onderzoek naar methaanemissies bij actieve mijnbouwlocaties op land. De metingen zijn uitgevoerd vanuit een meetwagen. Uit deze metingen kwam slechts één waarde naar voren die hoger was dan verwacht, en de totaal gemeten methaanemissie voor alle locaties kwam overeen met de verwachte emissie.

Het onderzoek was een voortzetting van het onderzoek naar methaanemissies bij buiten gebruik gestelde putten dat ECN in 2016 en 2017 in opdracht van SodM heeft uitgevoerd. Een Amerikaanse niet-overheidsmilieuorganisatie publiceerde in 2018 een artikel met de resultaten van methaanemissiemetingen boven actieve mijnbouwlocaties in het Groninger-gasveld. De metingen zijn uitgevoerd vanuit een vliegtuigje. Ze  hebben geconstateerd dat de door ECN gerapporteerde methaanemissies, die vanuit hun ervaring laag waren, met deze metingen overeenkwamen.