Vanaf de veertiende eeuw tot 1974 werd in Zuid-Limburg steenkool gedolven. Deze steenkolenwinning heeft na-ijlende gevolgen, zoals bodemstijging. Deels hebben deze gevolgen te maken met stijgend mijnwater, deels met de schachten en andere holtes die de kolenwinning in de ondergrond heeft achtergelaten. De provincie Limburg ontwikkelt momenteel een risicomanagement-aanpak. Deze aanpak levert volgens Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) ook inzichten op die bruikbaar zijn bij de nazorg van de andere mijnbouwactiviteiten in Nederland.

Na-ijleffecten

Bij de steenkolenwinning in Zuid-Limburg werden in de ondergrond over vele hectaren en in verschillende lagen kolen weggehaald. Ook werd water opgepompt om ondergronds droog te kunnen werken. Dergelijke ingrepen in de diepe ondergrond kunnen lang nawerken. In 1974 zijn de mijnen gesloten. Er zijn de laatste jaren aanwijzingen dat er mogelijk na-ijlende effecten optreden.

Mogelijk na-ijlende effecten zijn in opdracht van de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) onderzocht en de resultaten van dit onderzoek zijn in december 2016 gepubliceerd. Het onderzoek is gebaseerd op een voorstudie uit 2007 van ingenieursbureau IHS en een inventarisatie en onderzoeksplan van SodM. Er is naar zeven effecten gekeken: bodemstijging, verzakkingen bij schachten, verzakkingen boven ondiepe winningen, vervuiling van grondwater, stijging van grondwater, vrijkomen van mijngas en lichte aardbevingen. Deze gevolgen hebben deels te maken met stijgend mijnwater, deels met holtes die de mijnbouw heeft achtergelaten. Materiële schade en veiligheidsrisico’s zijn niet uit te sluiten.

Risicomanagement-aanpak

De provincie Limburg heeft op basis van de resultaten van het onderzoek een onafhankelijk onderzoeksbureau de opdracht gegeven om een risicomanagement-aanpak te ontwerpen. Centraal onderdeel in deze aanpak is een meet- en regelprotocol, waarin staat welke mogelijke maatregelen kunnen worden overwogen. Welke maatregelen dat zijn, is afhankelijk van de meetresultaten en welke veiligheidsrisico’s het betreft. In 2018 heeft SodM meerdere keren concepten van de risicomanagement-aanpak bestudeerd en van commentaar voorzien.

Daarnaast heeft SodM in 2018 met verschillende stakeholders in de regio gesproken. Partijen gaven aan dat zij behoefte hebben aan een onafhankelijke partij om bijvoorbeeld kennis te verdiepen en mogelijke dilemma’s te bespreken.

De precieze verdeling van de rollen en verantwoordelijkheden bij het (verder) vormgeven van de risicomanagement-aanpak is nog onderwerp van gesprek tussen onder andere de provincie en gemeenten. Het is duidelijk dat toezicht, in eerste instantie op systeemtoezicht, een bijdrage te leveren heeft zodat de risicomanagementaanpak zoals ontwikkeld in de regio goed functioneert en de veiligheidsrisico’s adequaat worden beheerst.