Steeds meer olie- en gasinstallaties op zee staken de productie, omdat ze aan het einde van hun levensduur komen. Uitgeproduceerde installaties moeten worden verwijderd, maar kunnen ook worden hergebruikt. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) is betrokken bij een goede uitvoering van het verwijderen en hergebruiken van installaties. Bij de producerende installaties houdt SodM toezicht op een veilige en verantwoorde productie. Zo heeft SodM in 2018 aandacht besteed aan het verminderen van de uitstoot van stikstofoxide (NOx) en van de lozing van productiewater.

Winningsplannen

In een winningsplan leggen mijnbouwondernemingen onder andere vast welke risico’s voor mens en milieu hun voorgenomen activiteiten hebben en hoe zij die risico’s gaan beheersen. EZK moet instemmen met het winningsplan en doet dit met behulp van meerdere adviseurs, waaronder SodM. In 2018 heeft SodM in totaal 30 adviezen uitgebracht aan de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) over nieuwe en geactualiseerde plannen voor winning van olie en gas op zee. Er staat normaliter 6 weken voor de gemiddelde behandeltijd van een advies, maar soms heeft SodM iets meer tijd nodig. Redenen voor die overschrijdingen zijn onder meer de complexiteit van individuele gevallen en prioriteringen. Ook werd voor aantal adviezen later nog ontbrekende informatie ingediend door de operator.

In een winningsplan leggen mijnbouwondernemingen onder andere vast welke risico’s voor mens en milieu hun voorgenomen activiteiten hebben en hoe zij die risico’s gaan beheersen. SodM controleert of ondernemingen zich houden aan het winningsplan waarmee de minister heeft ingestemd en aan de voorschriften die de minister aan de instemming heeft verbonden. Doen ze dat niet, dan grijpt SodM in.

Mijnbouwmilieuvergunningen

In 2018 hebben de ondernemingen onder toezicht van SodM maatregelen genomen om de uitstoot van stikstofoxide (NOx) te verminderen om zo aan de strengere eisen van de mijnbouwmilieuvergunning te voldoen. Op 1 januari 2019 waren alle maatregelen geïmplementeerd, op één gasturbine na. Naar schatting zal door de maatregelen de uitstoot van NOx door olie- en gasinstallaties op zee met 1.200 ton per jaar verminderen.

Concreet heeft SodM in 2918 89 adviezen uitgebracht aan de minister van EZK over aanvragen voor mijnbouwmilieuvergunningen, waarvan 74 over de NOx-emissies van de offshore stookinstallaties. Van de overige adviezen betroffen er 6 de beoordelingen van de noodzaak van het opstellen van een Milieu Effect Rapportage (MER) en 9 andere vergunningszaken.

Integrale inspecties

In 2018 heeft SodM 28 integrale inspecties uitgevoerd bij olie- en gaswinningsinstallaties op zee. Inspecteurs hebben daarbij allerlei eisen waaraan het bedrijf zich moet houden gecontroleerd, zoals regels rond arbeidsomstandigheden, milieuwetgeving en de voorschriften van de omgevingsvergunning.

Hierbij heeft SodM een overtreding, een geblokkeerde vluchtweg, en 8 tekortkomingen vastgesteld:

  • strijdigheid tussen etikettering op tank en het veiligheidsinformatieblad (1x);
  • gebreken aan gebruikte middelen (2X);
  • verkeerd gebruik van middelen (1x);
  • gevaar te worden getroffen of geraakt door voorwerpen (2x);
  • administratieve tekortkomingen (2x).

De betreffende mijnbouwondernemingen hebben de tekortkomingen binnen de gestelde termijnen hersteld.

Veiligheidscultuur

SodM voert met toezichthouders uit Duitsland, Groot-Brittannië, Ierland, Denemarken en Noorwegen een gezamenlijk inspectieprogramma uit voor de gas- en olieplatforms op de Noordzee. In de olie- en gasmarkt nemen door steeds ouder wordende installaties de inkomsten af en de kosten toe. Dat kan effect hebben op de keuzes die ondernemingen maken in hun bedrijfsvoering. De gezamenlijke toezichthouders willen met het inspectieprogramma voldoende aandacht voor veiligheid voor mens en milieu zeker stellen. In 2018 hebben de toezichthouders de resultaten van het gehele inspectieprogramma gepubliceerd.

Verwijderen en hergebruik mijnbouwinstallaties

De winning van olie en gas op zee loopt op dit moment terug. Een groeiend aantal installaties op zee is gestopt met de productie. Ondernemingen zijn verplicht alle putten die niet meer produceren buiten werking te stellen, dus te abandonneren, en alle installaties te verwijderen. Wanneer dat precies moet gebeuren, is niet met een precieze wettelijke norm gedefinieerd. De minister van EZK kan wel een termijn vaststellen waarbinnen dit moet gebeuren. Eind 2018 waren er 27 uitgeproduceerde installaties die nog niet waren verwijderd.

SodM heeft in 2017 bijgedragen aan de uitvoering van het Masterplan Decommissioning. Het Masterplan is een initiatief van Energie Beheer Nederland (EBN) en is in nauwe samenwerking tot stand gekomen met Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie (NOGEPA) en de Association of Dutch Suppliers in the Oil and Gas Industry and Offshore Renewable Industry (IRO). Dat masterplan heeft geleid tot de oprichting van Nexstep, een samenwerkingsverband tussen EBN en NOGEPA. Doel van de samenwerking is om de olie- en gasinfrastructuur in Nederland optimaal te hergebruiken en ontmantelen. In juli 2018 heeft Nexstep het eerste jaarlijkse Re-use & decommissioning rapport gepubliceerd.

De rapportage bevat een overzicht van alle off- en onshore olie- en gasinstallaties die in de komende 10 jaar beschikbaar komen. In het rapport staat wanneer de installaties ontmanteld worden, zoals te zien is in onderstaande figuur. De data voor het rapport komen van alle Nederlandse operators en zijn geanalyseerd door EBN en Nexstep. Het rapport beschrijft daarnaast de verschillende mogelijkheden voor hergebruik. De kansen waar op gefocust wordt zijn: elektrificatie, waterstof, CO opslag en geothermie.

Cementlozing

Tijdens het schoonmaken van een cementinstallatie op de mobiele boorinstallatie Maersk Resolve is in februari 2018 3000 kg cement in de zee geloosd. Wintershall heeft dit gemeld aan SodM. Het lozen van dit type cement was niet toegestaan. De Maersk Resolve was bezig met het aanleggen van een nieuw boorgat op het productieplatform D12-A in opdracht van Wintershall. SodM heeft hiervoor een proces-verbaal opgemaakt.

Cumulatief aantal geïnstalleerde en verwijderde offshore infrastructuur

Cumulatief aantal geïnstalleerde en verwijderde offshore infrastructuur
JaarAantal geïnstalleerdaantal verwijderd of hergebruikt
197000
00
10
30
50
80
140
210
230
240
1980280
330
380
420
530
650
700
750
831
871
1990941
991
1071
1201
1251
1296
1326
1408
1438
15111
200015612
16012
16612
16814
17017
17920
18420
19121
19321
19821
201020121
20822
21023
21526
21829
21929
22029
22129
22235
22340
202022442
22556
22677
22795
228107
229137
230143
231149
232152
233155
2030234159
234161
235167
235173
235173
235175
235175
235179
235180
235186
2040235187
235187
235191
235198
235202
235212
235219
235224
235228
235235
2050235235
Bron: Nextstep Brontabel als csv (796 bytes)

Onderzoek naar voorvallen offshore

In 2018 zijn er 7 ongevallen en 88 voorvallen aan SodM gerapporteerd. De 88 gemelde voorvallen bestaan uit 64 lozingen van vloeistof, vaste stof of gas, 15 normoverschrijdingen van legionella bacteriën in drinkwater en 9 schendingen van de 500 meter veiligheidszone rond installaties door schepen van derden.

Tanker botst op productieplatform

De Portugese chemicaliëntanker Elsa Essberger is oudejaarsavond 2017 vol op een verlaten productieplatform van Petrogas E&P Netherlands gevaren, op ongeveer 16 mijl ten zuidwesten van Den Helder. De geraamde schade bedroeg €20 miljoen. Omdat bij aanvaring de tanks met lading heel zijn gebleven, ontstond er geen gevaar voor lekkage van de lading. De aanvaring is direct bij SodM gemeld en SodM heeft Petrogas E&P Netherlands verzocht het incident te onderzoeken. Een strafrechtelijk onderzoek van de Unit Maritieme Politie leidde uiteindelijk tot een boete van 3.000 euro wegens het schenden van de veiligheidszone rond het platform door de tanker. Zowel de kapitein als de stuurman van de tanker kregen deze boete opgelegd door de economische politierechter.

De aanvaring had grote impact kunnen hebben en SodM neemt dit dan ook bijzonder serieus. Om herhaling in de toekomst te voorkomen, is het belangrijk dat goed wordt onderzocht hoe de aanvaring heeft kunnen gebeuren en welke lessen daaruit te trekken zijn. SodM heeft in 2018 de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) gevraagd een onderzoek te doen, omdat zij zelf die bevoegdheid niet heeft. OVV heeft geen onderzoek ingesteld.

Lozing productiewater binnen de norm

Productiewater dat bij de productie van olie en gas uit de ondergrond komt, mag na zuivering in zee geloosd worden. Aan de hoeveelheid olie die daarbij in zee mag komen zijn wettelijke grenzen. In het algemeen wordt volgens de opgaven minder olie met het productiewater geloosd dan is toegestaan. De hoeveelheid geloosde olie is sinds 2011 gelijk gebleven.

In de zee geloosde olie in de afgelopen 10 jaar

In de zee geloosde olie in de afgelopen 10 jaar
Maximaal toegestaan geloosde olie (ton)Geloosde olie (ton)Incidenteel geloosde olie (ton)
200932213737
2010295973
2011262591
2012278721
2013265742
2014275751
2015245511
2016205621
2017188601
2018177601
Bron: SodM Brontabel als csv (254 bytes)

Binnen drie maanden 165 RiGGs beoordeeld

Rapporten inzake Grote Gevaren (RiGG)

Volgend op het Macondo-ongeval in 2010 in de golf van Mexico, zijn voor de offshore olie- en gasactiviteiten extra maatregelen voorgeschreven in de Europese Richtlijn 2013/30/EU, de Offshore Safety Directive (OSD). De richtlijn heeft tot doel de kans op zware ongevallen met betrekking tot olie- en gasactiviteiten verder te verkleinen en de gevolgen hiervan te beperken. Het systematische risicobeheer komt zo op een hoger niveau. Deze maatregelen zijn sinds 2017 overgenomen in Nederlandse wetgeving. Sindsdien moeten mijnbouwondernemingen een RiGG overleggen aan SodM. SodM is in Nederland de in de richtlijn genoemde onafhankelijke instantie die RiGG’s beoordeelt. Pas na instemming door SodM mogen de offshore activiteiten plaatsvinden.

De mijnonderneming beschrijft in het RiGG onder andere welke veiligheids- en milieukritische maatregelen op de installaties zijn toegepast en hoe deze worden onderhouden. Het RIGG kent een looptijd van 5 jaar en bevat onder meer:

  • interne rampenplannen en de regelingen om de autoriteit(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor het in werking te stellen van het externe rampenplan bij een zwaar ongeval snel in te lichten;
  • een bedrijfsbeleid en een veiligheids- en milieubeheerssysteem ter voorkoming van zware ongevallen;
  • de beschrijving van de wijze waarop een extra check wordt uitgevoerd op de veiligheids- en milieukritische elementen door een onafhankelijke partij;
  • het al langer bestaande Veiligheids- en Gezondheidsdocument (VG-document).

De mijnbouwondernemingen moesten uiterlijk 19 juli 2018 het RiGG indienen. Deze termijn hebben ze allemaal gehaald. SodM heeft de resultaten van de beoordelingen gepubliceerd in oktober 2018. In totaal zijn er op 165 besluiten gepubliceerd, 159 voor de offshore installaties en 6 voor de mobiele offshore (boor)installaties.

Er werden in 62 besluiten voorwaarden gesteld. De meeste voorwaarden gingen over de onafhankelijke verificatie. In de analyses van SodM werd het bedrijf dat de verificatie uitvoert vaak niet als onafhankelijk en objectief genoeg beoordeeld. Opvallend was dat de prestatienormen die bijdragen aan de doelstellingen van veiligheid, gezondheid en milieu niet altijd duidelijk en meetbaar waren geformuleerd. Verder schoot een aantal beschrijvingen van scenario’s en de technische en organisatorische maatregelen te kort.

Meten en berekenen van methaanemissies bij olie- en gaswinning

Gezien de discussie over de betrouwbaarheid en de nauwkeurigheid van de door de olie- en gaswinningssector gerapporteerde getallen qua methaanemissies, is in 2018 gewerkt aan een uniforme bepalingsmethode voor die emissies, zodat alle bedrijven in de sector de methaanemissies op een gelijke manier bepalen of berekenen. Zie de uitgebreidere beschrijving hiervan in het hoofdstuk Kleine olie- en gasvelden op land.

NOGEPA heeft vanaf een schip in een drietal meetcampagnes methaanemissiemetingen laten uitvoeren rondom offshore installaties. SodM is betrokken geweest bij de beoordeling van het meetplan van deze metingen. De resultaten worden begin 2019 verwacht.